Sport en zwemmen

Zwemmen bij de kleuters

Onze school wil dat zoveel mogelijk kinderen kunnen zwemmen. Elke kleuterklas gaat om de 2 weken op maandag zwemmen.  Voor de visjes en kabouters gaat dit om watergewenning.  De sterren, kevers en de vlinders krijgen zweminitiatie van de leerkrachten lichamelijke opvoeding. Een aantal onder hen kunnen al behoorlijk zwemmen bij de overstap naar het 1ste leerjaar.   

   

Zwemmen in de lagere afdeling

Leerlingen 1ste en 2de leerjaar krijgen zwemles van de leerkracht lichamelijke opvoeding.  Eind 2de leerjaar haalt meer dan 90% van onze leerlingen het zwembrevet.

Vanaf het 3de leerjaar gaan de kinderen die nog niet kunnen zwemmen mee met 1ste en 2de leerjaar tot ook zij kunnen zwemmen.

Klassen L3 tot L6 gaan één keer per trimester zwemmen.

Onderzoek hoeveel jongeren bewegen

Onze school nam deel aan een onderzoek van de vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van de Universiteit Gent. Het doel was te onderzoeken hoeveel jongeren uit het laatste jaar lager onderwijs sporten en bewegen en welke factoren in de omgeving hierop een invloed hebben.

Aan deze studie namen ongeveer 735 jongeren uit verschillende scholen uit Oost- en West-Vlaanderen deel.
Op onze school zetten meisjes gemiddeld 10 588 stappen op een weekdag en 9 705 stappen op een weekenddag. De jongens zetten gemiddeld 10 965 stappen per weekdag en 9 594 stappen per weekenddag. 
 

Om voldoende fysiek actief te zijn, wordt een minimum van 12 000 stappen per dag aangeraden voor meisjes onder de 18 jaar en minstens 15 000 stappen per dag voor jongens onder de 18 jaar. Voor volwassenen is dit 10 000 stappen per dag.

 

Uit de algemene resultaten blijkt dat jongens meer aan sport en beweging doen dan meisjes. Jongens bewegen ongeveer 84 minuten per dag, terwijl meisjes 67 minuten per dag in beweging zijn. Een percentage van 63,6 jongens en 55,5 meisjes gaat te voet of met de fiets naar school.
Jongens besteden een half uur per dag meer aan het spelen van video- en computerspelletjes in vergelijking met meisjes. Meisjes daarentegen lezen iets vaker een boek of doen vaker aan andere zittende activiteiten, zoals knutselen, puzzelen of tekenen.
Het bewegingsgedrag van zowel jongens als meisjes wordt beïnvloed door de omgeving waarin zij leven. Hoe meer sportmateriaal en sportartikelen de kinderen thuis hebben, hoe meer de kinderen sporten en bewegen. Kinderen waarvan de ouders hun zoon of dochter vaak tot heel vaak aanmoedigen om aan sport en beweging te doen, bewegen ongeveer 1 uur en 15 minuten per week meer dan kinderen waarvan de ouders hun kinderen nooit of soms aanmoedigen.

Uit de algemene resultaten blijkt dat 12,3% van de jongens en 16,6% van de meisjes overgewicht heeft. Hiervan lijdt 2,6% bij de jongens en 4,2% bij de meisjes aan obesitas. 

Sport op woensdagnamiddag

 

Onze school doet vaak mee aan interscolaire wedstrijden, zoals de loopcrossen in het begin van het schooljaar.